onderbouwen(het)commentaarselecterenonverschilliguitwerkenverwijtendigitaalervaren(de)bevestiging(de)opvattingontkennenvoorspellenoverbodige(de)samenvattingtoelichtenessentieelconfronteren(de)leningwillekeurigaanvragen(de)bevestigingvervolgens(de)renteaanvullendeaantreffen(de)aanleidingbekostigen(de)aankondiging(het)recht(de)context(het)conflictbeïnvloeden(het)doelverklarenregistreren(het)conceptaanzienlijk(de)beursnaderenstimuleren(het)maximumgedogenciteren(de)beschuldigingvervallenrelevante(de)correctorstuderen(de)vaardigheid(het)compromisonderbouwen(het)commentaarselecterenonverschilliguitwerkenverwijtendigitaalervaren(de)bevestiging(de)opvattingontkennenvoorspellenoverbodige(de)samenvattingtoelichtenessentieelconfronteren(de)leningwillekeurigaanvragen(de)bevestigingvervolgens(de)renteaanvullendeaantreffen(de)aanleidingbekostigen(de)aankondiging(het)recht(de)context(het)conflictbeïnvloeden(het)doelverklarenregistreren(het)conceptaanzienlijk(de)beursnaderenstimuleren(het)maximumgedogenciteren(de)beschuldigingvervallenrelevante(de)correctorstuderen(de)vaardigheid(het)compromis

Woordenschat - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
  1. onderbouwen
  2. (het) commentaar
  3. selecteren
  4. onverschillig
  5. uitwerken
  6. verwijten
  7. digitaal
  8. ervaren
  9. (de) bevestiging
  10. (de) opvatting
  11. ontkennen
  12. voorspellen
  13. overbodige
  14. (de) samenvatting
  15. toelichten
  16. essentieel
  17. confronteren
  18. (de) lening
  19. willekeurig
  20. aanvragen
  21. (de) bevestiging
  22. vervolgens
  23. (de) rente
  24. aanvullende
  25. aantreffen
  26. (de) aanleiding
  27. bekostigen
  28. (de) aankondiging
  29. (het) recht
  30. (de) context
  31. (het) conflict
  32. beïnvloeden
  33. (het) doel
  34. verklaren
  35. registreren
  36. (het) concept
  37. aanzienlijk
  38. (de) beurs
  39. naderen
  40. stimuleren
  41. (het) maximum
  42. gedogen
  43. citeren
  44. (de) beschuldiging
  45. vervallen
  46. relevante
  47. (de) corrector
  48. studeren
  49. (de) vaardigheid
  50. (het) compromis