(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
Iemand vertelt dat hij/zij “geen gedicht heeft gemaakt.”
Iemand geeft een compliment over een surprise of gedicht.
Iemand pakt een cadeautje voor iemand anders.
Iemand ruilt stiekem een cadeau.
Iemand pakt een cadeau extra voorzichtig uit.
Iemand maakt een selfie met de groep.
Iemand maakt een “sneaky” foto van iemand anders.
Iemand ruikt aan een cadeau (om te raden wat het is).
Iemand kent de tekst van een lied niet meer.
Iemand moet niezen.
Iemand fluistert een hint over lootjes.
Iemand heeft een mijter of pietenmuts op.
Iemand helpt opruimen zonder te vragen.
Iemand moet lachen om een gedichtregel.
Iemand zet een bordje met snacks recht.
Iemand vraagt of de kerstboom “echt” is.
Iemand doet “hup Sinterklaas!”.
Iemand vertelt een flauwe kerst/sint-grap.
Iemand steekt kaarsjes aan.
Iemand vult een schaal bij.
Iemand vraagt “Van wie is dit?”
Iemand doet een high-five of knuffel.
Iemand roept “We doen nog één rondje!”
Iemand vraagt om een stoel.
Iemand trekt een gekke bek bij een selfie/foto.
Iemand vraagt om muziek zachter/harder.
Iemand roept “Ooooh wat leuk!”
Iemand scheurt het papier veel te enthousiast.
Iemand zegt “Volgend jaar weer!”
Iemand zegt dat hij/zij “marsepein vies vindt.”
Iemand draagt sinterklaas of kerst sokken.
Iemand legt een hand op z’n hart bij een lief gedicht.
Iemand laat een telefoonalarm afgaan.
Er wordt een pepernoot gepakt.
Iemand heeft een surprise gemaakt.
Iemand tikt per ongeluk tegen een kerstbal.
Iemand schudt een cadeau naast z’n oor.
Iemand zegt “Sinterklaas bestaat écht!”
Iemand komt te laat binnen.
Iemand krijgt sokken.
Iemand gaat bij iemand anders zitten.
Iemand gebruikt een schaar om te helpen.
Iemand krijgt iets dat niet bij hem/haar past.
Iemand morst drinken.
Iemand helpt iemand anders met uitpakken.
Iemand proeft iets en trekt een gek gezicht.
Iemand zwaait naar iemand aan de andere kant.
Iemand zingt zachtjes een sinterklaasliedje.
Iemand roept hard iemands naam door de kamer waarbij iedereen stil wordt.
Iemand drinkt warme chocolademelk.
Iemand doet een “ho ho ho”.
Iemand maakt een dansje op muziek.
Iemand zegt dat hij/zij “stiekem van marsepein houdt.”
Er valt een chocolademunt op de grond.
Iemand zegt: “Ik ben al helemaal vol.”
Iemand begint spontaan te klappen op de maat van muziek.
Iemand neemt een foto van het eten.
Iemand bewaart een lintje/cadeaupapier.
Iemand zoekt naar een pen om iets op te schrijven.
Iemand maakt een toast met een koekje.
Iemand zingt zachtjes een kerstliedje.
Iemand pakt per ongeluk het verkeerde glas.
Iemand krijgt iets eetbaars.
Iemand leest het gedicht hardop.
Iemand maakt een foto van de cadeautjes.
Iemand begint te applaudisseren.
Iemand zegt “Wat een drukte!”
Iemand zegt: “Waar heb je dit gevonden?!”
Iemand zucht omdat hij/zij het warm heeft.
Iemand zegt “Wat gezellig!”
Iemand zoekt z’n telefoon.
Iemand maakt een groepsfoto en roept: “Allemaal lachen!”