deolie-boldebekersmikkelenwegendepandevoorraadhetdeegslikkendeeier-dopdeaard-appeldeboterhamdeslagroomhetsaphetbestekhetkeuken-apparaathetfornuisdegroente-mandekraamhetbeslagdeboondemarktdemaal-tijddekruimeldeoven-wanttafeldekkendeschoteldemeeldeservethetdekselslankdundebessendesladeworstdebakkerdemaagsmakenmagersmullendeaardbeismerendevruchthetstok-brooddepaphetkopjedeslagerdegeurdeovenziekzijngezondpersendebloem-koolkauwenhetgebakdeolie-boldebekersmikkelenwegendepandevoorraadhetdeegslikkendeeier-dopdeaard-appeldeboterhamdeslagroomhetsaphetbestekhetkeuken-apparaathetfornuisdegroente-mandekraamhetbeslagdeboondemarktdemaal-tijddekruimeldeoven-wanttafeldekkendeschoteldemeeldeservethetdekselslankdundebessendesladeworstdebakkerdemaagsmakenmagersmullendeaardbeismerendevruchthetstok-brooddepaphetkopjedeslagerdegeurdeovenziekzijngezondpersendebloem-koolkauwenhetgebak

ETEN (Thema 4 Groep 4) - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
  1. de olie- bol
  2. de beker
  3. smikkelen
  4. wegen
  5. de pan
  6. de voorraad
  7. het deeg
  8. slikken
  9. de eier- dop
  10. de aard- appel
  11. de boterham
  12. de slagroom
  13. het sap
  14. het bestek
  15. het keuken- apparaat
  16. het fornuis
  17. de groente- man
  18. de kraam
  19. het beslag
  20. de boon
  21. de markt
  22. de maal- tijd
  23. de kruimel
  24. de oven- want
  25. tafel dekken
  26. de schotel
  27. de meel
  28. de servet
  29. het deksel
  30. slank
  31. dun
  32. de bessen
  33. de sla
  34. de worst
  35. de bakker
  36. de maag
  37. smaken
  38. mager
  39. smullen
  40. de aardbei
  41. smeren
  42. de vrucht
  43. het stok- brood
  44. de pap
  45. het kopje
  46. de slager
  47. de geur
  48. de oven
  49. ziek zijn
  50. gezond
  51. persen
  52. de bloem- kool
  53. kauwen
  54. het gebak