bij eenvriend(in)heeftgelogeerdgezelschaps-spelletjesheeftgespeeldHeeftgesportMet eenklasgenootjeheeftafgesprokenOpvakantieisgeweestEen boekheeftgelezenIn hetbuitenlandisgeweestHeeftgetekendnaar debioscoopisgeweestHomeAloneheeftgekekenVeel heeftuitgeslapenIn defilestondLater dan00:00 naarbed isgeweestOp eenverjaardagis geweestheeftgeschaatstHeeftgewandeldIn eenmuseumisgeweestzichheeftverveeldBij demacdonaldsis geweestAfgesprokenmet eenklasgenootjeheeftgegourmetVuurwerkheeftgekochtEenklasgenootheeftgezienBij opa enoma heeftgelogeerdbij eenvriend(in)heeftgelogeerdgezelschaps-spelletjesheeftgespeeldHeeftgesportMet eenklasgenootjeheeftafgesprokenOpvakantieisgeweestEen boekheeftgelezenIn hetbuitenlandisgeweestHeeftgetekendnaar debioscoopisgeweestHomeAloneheeftgekekenVeel heeftuitgeslapenIn defilestondLater dan00:00 naarbed isgeweestOp eenverjaardagis geweestheeftgeschaatstHeeftgewandeldIn eenmuseumisgeweestzichheeftverveeldBij demacdonaldsis geweestAfgesprokenmet eenklasgenootjeheeftgegourmetVuurwerkheeftgekochtEenklasgenootheeftgezienBij opa enoma heeftgelogeerd

Zoek iemand die in de vakantie - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. bij een vriend(in) heeft gelogeerd
  2. gezelschaps- spelletjes heeft gespeeld
  3. Heeft gesport
  4. Met een klasgenootje heeft afgesproken
  5. Op vakantie is geweest
  6. Een boek heeft gelezen
  7. In het buitenland is geweest
  8. Heeft getekend
  9. naar de bioscoop is geweest
  10. Home Alone heeft gekeken
  11. Veel heeft uitgeslapen
  12. In de file stond
  13. Later dan 00:00 naar bed is geweest
  14. Op een verjaardag is geweest
  15. heeft geschaatst
  16. Heeft gewandeld
  17. In een museum is geweest
  18. zich heeft verveeld
  19. Bij de macdonalds is geweest
  20. Afgesproken met een klasgenootje
  21. heeft gegourmet
  22. Vuurwerk heeft gekocht
  23. Een klasgenoot heeft gezien
  24. Bij opa en oma heeft gelogeerd