Vocabulary bingo year 1

Vocabulary bingo year 1 Bingo Card
Preview

This bingo card has 59 words: de voet, het oog, het oor, de arm, het been, de vork, de lepel, de soep, drie, de bank, vijftien, de opa, de oma, het biertje, de rekening, de ober, frankrijk, de komkommer, de peer, de sla, de bloemkool, de aardappel, de aardbei, de tomaat, het ijs, de tafel, het raam, de rijst, de salade, de broek, het T-shirt, de jurk, de rok, de jongen, het meisje, roze, rood, paars, blauw, groen, oranje, de schoenen, de sokken, het bed, de lamp, de stoel, de badkamer, de slaapkamer, de woonkamer, de zolder, de trapper, het stuur, de kast, de bagagedrager, op, in, onder, voor and achter.

More like this:

Taalontmoeting | Ik ga op reis .... | De tandarts | Bingo les sports | Nederlandse maaltijden

Play Online

Share this URL with your players:

For more control of your online game, create a clone of this card first.

Learn how to conduct a bingo game.

Call List

Probabilities

With players vying for a you'll have to call about __ items before someone wins. There's a __% chance that a lucky player would win after calling __ items.

Tip: If you want your game to last longer (on average), add more unique words/images to it.