dekomkommerderekeningoranjehetstuurdebankdewoonkamerhetmeisjehet T-shirtderokdesaladedebroekinvoordeopadebloemkooldevorkdejurkdestoelopdeoberdesoephetbeendezolderdearmdeomagroenroodhetbiertjedekastfrankrijkdevoethetoordejongenblauwhetbeddesladesokkenhetijsrozehetoogdeslaapkamerdebadkamerhetraamdetrapperdetomaatdrieachterdebagagedragerdelampdetafeldelepelderijstondervijftiendeaardappeldeschoenendeaardbeipaarsdepeerdekomkommerderekeningoranjehetstuurdebankdewoonkamerhetmeisjehet T-shirtderokdesaladedebroekinvoordeopadebloemkooldevorkdejurkdestoelopdeoberdesoephetbeendezolderdearmdeomagroenroodhetbiertjedekastfrankrijkdevoethetoordejongenblauwhetbeddesladesokkenhetijsrozehetoogdeslaapkamerdebadkamerhetraamdetrapperdetomaatdrieachterdebagagedragerdelampdetafeldelepelderijstondervijftiendeaardappeldeschoenendeaardbeipaarsdepeer

Vocabulary bingo year 1 - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
  1. de komkommer
  2. de rekening
  3. oranje
  4. het stuur
  5. de bank
  6. de woonkamer
  7. het meisje
  8. het T-shirt
  9. de rok
  10. de salade
  11. de broek
  12. in
  13. voor
  14. de opa
  15. de bloemkool
  16. de vork
  17. de jurk
  18. de stoel
  19. op
  20. de ober
  21. de soep
  22. het been
  23. de zolder
  24. de arm
  25. de oma
  26. groen
  27. rood
  28. het biertje
  29. de kast
  30. frankrijk
  31. de voet
  32. het oor
  33. de jongen
  34. blauw
  35. het bed
  36. de sla
  37. de sokken
  38. het ijs
  39. roze
  40. het oog
  41. de slaapkamer
  42. de badkamer
  43. het raam
  44. de trapper
  45. de tomaat
  46. drie
  47. achter
  48. de bagagedrager
  49. de lamp
  50. de tafel
  51. de lepel
  52. de rijst
  53. onder
  54. vijftien
  55. de aardappel
  56. de schoenen
  57. de aardbei
  58. paars
  59. de peer