21 comparatief voordeel 33 nominale waarde 53 denivellering 6 consumeren 71 balans 60 progressief belastingstelsel 70 afzet 59 primaire inkomens 16 algemeen aanvaard ruilmiddel 11 middelen 68 activa 50 belastbaar inkomen 97 omslagstelsel 49 algemene heffingskorting 28 intrinsieke waarde 42 dominante strategie 75 investeren 25 hyperinflatie 83 vaste activa 18 arbeidsproductiviteit 3 bestedingen 14 vrije goederen 27 indirecte ruil 55 gemiddelde heffingsdruk (= gemiddeld tarief) 94 kapitaaldekkingsstelsel 9 investeren 72 crediteuren 48 aftrekpost 54 draagkrachtbeginsel 63 cumuleren 45 inkomensafhankelijk 15 absoluut voordeel 41 budgetlijn Een lijn die verschillende combinaties van twee dingen aangeeft die gekozen kunnen worden bij een bepaald budget (bijvoorbeeld vrije uren of werken). 24 giraal geld 67 solidariteit 32 monetaire economie 96 moral hazard (= moreel wangedrag) 58 pensioenfonds 35 rekening- couranttegoed 91 collectief 61 proportioneel belastingstelsel 40 bindende afspraak 81 resultatenrekening 36 rente 12 opofferingskosten 4 budgetlijn 17 arbeidsdeling 57 marginaal tarief (= marginale heffingsdruk) 82 stroomgrootheden 86 voorraadgrootheden 95 marktwerking 65 profijtbeginsel 26 hypothecaire lening 39 zelfvoorzienend 99 sociale verzekering 38 transactiekosten 90 averechtse selectie 85 vlottende activa 34 reële economie 66 secundair inkomen 79 productiefactoren 10 koopkracht 7 deflatie 87 vreemd vermogen 44 gevangenendilemma (= prisoner’s dilemma) 20 chartaal geld 2 behoeften 31 maatschappelijke geldhoeveelheid 88 acceptatieplicht 51 besteedbaar loon (= nettoloon) 84 vermogen 47 sparen 29 liquide middelen 30 liquiditeitspercentage 46 ruilen over de tijd 62 rente 73 debiteuren 19 betaalrekening 64 Lorenzcurve 77 omzet 78 passiva 22 risico 43 free rider (= meelifter) 56 gemiddeld tarief (= gemiddelde heffingsdruk) 76 kapitaalgoederen 80 productiewaarde (= toegevoegde waarde) 37 ruil in natura 92 eigen risico 98 particuliere verzekering 93 inkomensafhankelijk 89 asymmetrische informatie 69 afschrijving Free! 52 degressief belastingstelsel 13 schaarste 23 directe ruil 8 inflatie 74 eigen vermogen 5 consumentenvertrouwen 1 alternatief aanwendbaar 21 comparatief voordeel 33 nominale waarde 53 denivellering 6 consumeren 71 balans 60 progressief belastingstelsel 70 afzet 59 primaire inkomens 16 algemeen aanvaard ruilmiddel 11 middelen 68 activa 50 belastbaar inkomen 97 omslagstelsel 49 algemene heffingskorting 28 intrinsieke waarde 42 dominante strategie 75 investeren 25 hyperinflatie 83 vaste activa 18 arbeidsproductiviteit 3 bestedingen 14 vrije goederen 27 indirecte ruil 55 gemiddelde heffingsdruk (= gemiddeld tarief) 94 kapitaaldekkingsstelsel 9 investeren 72 crediteuren 48 aftrekpost 54 draagkrachtbeginsel 63 cumuleren 45 inkomensafhankelijk 15 absoluut voordeel 41 budgetlijn Een lijn die verschillende combinaties van twee dingen aangeeft die gekozen kunnen worden bij een bepaald budget (bijvoorbeeld vrije uren of werken). 24 giraal geld 67 solidariteit 32 monetaire economie 96 moral hazard (= moreel wangedrag) 58 pensioenfonds 35 rekening- couranttegoed 91 collectief 61 proportioneel belastingstelsel 40 bindende afspraak 81 resultatenrekening 36 rente 12 opofferingskosten 4 budgetlijn 17 arbeidsdeling 57 marginaal tarief (= marginale heffingsdruk) 82 stroomgrootheden 86 voorraadgrootheden 95 marktwerking 65 profijtbeginsel 26 hypothecaire lening 39 zelfvoorzienend 99 sociale verzekering 38 transactiekosten 90 averechtse selectie 85 vlottende activa 34 reële economie 66 secundair inkomen 79 productiefactoren 10 koopkracht 7 deflatie 87 vreemd vermogen 44 gevangenendilemma (= prisoner’s dilemma) 20 chartaal geld 2 behoeften 31 maatschappelijke geldhoeveelheid 88 acceptatieplicht 51 besteedbaar loon (= nettoloon) 84 vermogen 47 sparen 29 liquide middelen 30 liquiditeitspercentage 46 ruilen over de tijd 62 rente 73 debiteuren 19 betaalrekening 64 Lorenzcurve 77 omzet 78 passiva 22 risico 43 free rider (= meelifter) 56 gemiddeld tarief (= gemiddelde heffingsdruk) 76 kapitaalgoederen 80 productiewaarde (= toegevoegde waarde) 37 ruil in natura 92 eigen risico 98 particuliere verzekering 93 inkomensafhankelijk 89 asymmetrische informatie 69 afschrijving Free! 52 degressief belastingstelsel 13 schaarste 23 directe ruil 8 inflatie 74 eigen vermogen 5 consumentenvertrouwen 1 alternatief aanwendbaar
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
21 comparatief voordeel
33 nominale waarde
53 denivellering
6 consumeren
71 balans
60 progressief belastingstelsel
70 afzet
59 primaire inkomens
16 algemeen aanvaard ruilmiddel
11 middelen
68 activa
50 belastbaar inkomen
97 omslagstelsel
49 algemene heffingskorting
28 intrinsieke waarde
42 dominante strategie
75 investeren
25 hyperinflatie
83 vaste activa
18 arbeidsproductiviteit
3 bestedingen
14 vrije goederen
27 indirecte ruil
55 gemiddelde heffingsdruk (= gemiddeld tarief)
94 kapitaaldekkingsstelsel
9 investeren
72 crediteuren
48 aftrekpost
54 draagkrachtbeginsel
63 cumuleren
45 inkomensafhankelijk
15 absoluut voordeel
41 budgetlijn Een lijn die verschillende combinaties van twee dingen aangeeft die gekozen kunnen worden bij een bepaald budget (bijvoorbeeld vrije uren of werken).
24 giraal geld
67 solidariteit
32 monetaire economie
96 moral hazard (= moreel wangedrag)
58 pensioenfonds
35 rekening-couranttegoed
91 collectief
61 proportioneel belastingstelsel
40 bindende afspraak
81 resultatenrekening
36 rente
12 opofferingskosten
4 budgetlijn
17 arbeidsdeling
57 marginaal tarief (= marginale heffingsdruk)
82 stroomgrootheden
86 voorraadgrootheden
95 marktwerking
65 profijtbeginsel
26 hypothecaire lening
39 zelfvoorzienend
99 sociale verzekering
38 transactiekosten
90 averechtse selectie
85 vlottende activa
34 reële economie
66 secundair inkomen
79 productiefactoren
10 koopkracht
7 deflatie
87 vreemd vermogen
44 gevangenendilemma (= prisoner’s dilemma)
20 chartaal geld
2 behoeften
31 maatschappelijke geldhoeveelheid
88 acceptatieplicht
51 besteedbaar loon (= nettoloon)
84 vermogen
47 sparen
29 liquide middelen
30 liquiditeitspercentage
46 ruilen over de tijd
62 rente
73 debiteuren
19 betaalrekening
64 Lorenzcurve
77 omzet
78 passiva
22 risico
43 free rider (= meelifter)
56 gemiddeld tarief (= gemiddelde heffingsdruk)
76 kapitaalgoederen
80 productiewaarde (= toegevoegde waarde)
37 ruil in natura
92 eigen risico
98 particuliere verzekering
93 inkomensafhankelijk
89 asymmetrische informatie
69 afschrijving
Free!
52 degressief belastingstelsel
13 schaarste
23 directe ruil
8 inflatie
74 eigen vermogen
5 consumentenvertrouwen
1 alternatief aanwendbaar